Al geruime tijd ben ik verbaasd over de hernieuwde populariteit van de singer/songwriter en het is opmerkelijk dat een zanger als Ed Sheeran in z’n eentje grote zalen kan vullen. In m’n vrienden- en kennissenkring heb ik fervente fans van het eerste uur van o.a. Chuck Prophet, Lee Clayton en John Martyn. Prima! Sinds de jaren 90 gebruikt de muziekentertainment steeds vaker de term ´singer/songwriter´ niet alleen als omschrijving, maar ook als genre. Dat is het natuurlijk niet, want als liedjesschrijver kan men alle kanten op en merkt men wel wie de song oppakt en in welk jasje het gestoken wordt. Als zanger is men door de begeleiding al sneller in een genre te plaatsen. Singer-songwriter is wat mij betreft niets anders dan een zanger(es) die grotendeels zijn of haar liedjes zelf schrijft en akoestisch solo of in een kleine muzikale setting ten gehore brengt. Blijkbaar wordt er in de media anders over gedacht. 

Zoals de term ontstaan is, is er waarschijnlijk een herleiding naar de troubadour van vroeger, die in de jaren 50 en 60 folkzanger(es) genoemd werd. Woody Guthrie, Pete Seeger, Bob Dylan, Joan Baez, Donovan etc. werden immers geassocieerd met het genre folk. Als er enige vorm van politiek engagement in hun lied zat, was het al snel een protestzanger. Eind jaren 60 en begin jaren 70 waren deze zangers populair. Hoe verschillend dan ook, maar Randy Newman, Melanie, Leonard Cohen, Cat Stevens, Tim Hardin, Tony Joe White, Carly Simon e.v.a. golden als ook in de hitlijsten als succesvolle vertegenwoordigers van wat aangeduid wordt als singer/songwriter. Als je duidelijk een genre als jazz, blues, soul, rock of country beoefent, maar wel je eigen repertoire ten gehore brengt, word je niet gerekend tot de groep singer/songwriter. Blijkbaar moet er dus een overduidelijk pop-element in zitten.

Deze week nam ik eens een kijkje in het op dit onderwerp toonaangevende Amerikaans boek met de schitterende titel Singer-Songwriters, Pop music’s performer-composers, from A to Zevon. Dit in 1994 verschenen boek is geschreven door de vermaarde journalist Dave DiMartino, die z’n sporen bij o.a. Billboard en Rolling Stone verdiend heeft. Hij beschrijft hierin 206 zangers en zangeressen. De bekendste namen (tot 1994) ontbreken niet en van enkele minder bekende heb ik materiaal in huis, waaronder Phoebe Snow, Dwight Twilley en Danny O’Keefe. Dat stemt mij tot tevredenheid. Uiteindelijk waren drie namen (ook) bij mij niet bekend: Peter Allen, Willie Nile en Essra Mohawk.

Wat mij het meest verbaasde in dit boek is dat onder die singer/songwriters o.a. Keith Richards, Pete Townshend en Joe Walsh gerekend worden, muzikanten die toch vooral gelieerd worden aan een beroemde band. Vanwege hun soloplaten tellen ze mee, tja. Ook artiesten als Chuck Berry, Roy Orbison, Buddy Holly en Iggy Pop tref je in deze selectie aan. In die logica zou je dan weer Stevie Wonder mogen verwachten, maar die onbreekt dan weer. Waar ligt de grens? Dit afgezet tegen 100% singer/songwriters die niet vermeld staan in de selectie van die 206, zoals Rod McKuen, Townes van Zandt en Phillip Goodhand-Tait (allen immers met een enorme carrière tijdens het verschijnen van het boek) maakt mijn blik nog kritischer.

Meest verrassend vond ik dan nog om Jimi Hendrix aan te treffen, omdat meerdere bekende hits van hem niet van zijn hand waren, zoals Hey Joe (Billy Roberts), All Along the Watchtower (Bob Dylan) en een van z’n bekendste performances de Troggs-hit Wild Thing was. Aangezien Janis Joplin ontbreekt, lijkt mij het veelal gebruiken van andermans werk toch het breekpunt. Maar waar ligt de grens?

Op deze wijze is de term singer/songwriter wel erg vaag en van een journalist van dat kaliber zou je iets beters mogen verwachten. Er is sinds 1994 wel het een en ander bijgekomen en op Lastfm tref je er digitaal 1000 aan, helaas niet alfabetisch. Kijkend naar deze website, waar die 1000 singer/songwriters beschreven worden, wordt het begrip blijkbaar ook ruim genomen, waar -al dan niet logisch- Phil Collins en David Gilmour ook deel van uitmaken.

Wel, voor mij geldt nog steeds de door mij reeds gegeven definitie als meest verhelderend: een zanger(es) die grotendeels zijn/haar liedjes zelf schrijft en akoestisch solo of in een kleine muzikale setting ten gehore brengt. Ter afsluiting een mooi voorbeeld: wijlen zangeres Phoebe Snow live.

Erik Bevaart